Feeds:
Berichten
Reacties

Bierbrood (met oude kaas)

  • 500 gram bloem
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel zuiveringszout (baking soda, te koop bij de toko. Alternatief: wijnsteenzout)
  • 1 flesje (0,33 cl) abdijbier

Verwarm de oven voor op 230 graden.

Roer bloem, zout en zuiveringszout door elkaar in een kom. Maak in het midden een kuiltje, giet daar het bier in.

Werk de bloem van buiten naar binnen door het bier. Kneed nog even door. Je hoeft niet zo lang te kneden als een deeg op basis van gist, je kunt lekker snel werken.

Stuif wat bloem over een bakplaat en leg daar de deegbol op. Kerf de bovenkant in. Bak het vijftien minuten op de hoge temperatuur, draai daarna de oven terug tot 200 graden en bak nog dertig minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je erop klopt.

Voor het Verhalenpaviljoen maakten Yvonne (book-a-cook) en ik dit brood met het speciale abdijbier van de Abdij van Egmond.  We belegden de plakjes brood met lekker dik brokkelkaas van 18 maanden oud uit Stompetoren (van kaashandel Admiraal, natuurlijk). Een beetje kleingesneden rucola of een likje Zaanse mosterd erop en klaar is je Noord-Hollandse boterham! Heb je er helemaal zin in, koop dan je bloem bij de molen in Oterleek.

Dit is een fijn brood om te maken, ook als je niet veel broodbakervaring hebt. Het brood hoeft, door de baking soda, namelijk niet te rijzen. Dat gaat lekker snel en het kán niet mislukken.

Salade met verse vijgen

  • verse vijgen
  • bolletje buffelmozzarella
  • rucola
  • eventueel: Parmaham

Dressing:

  • 1 theelepel honing
  • 1 eetlepel citroensap
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 1 eetlepel balsamico
  • peper en zout

Maak de dressing: doe de ingrediënten in een jampotje of een klein bakje dat je goed kunt afsluiten. Doe er een paar nootjes bij of laat de pitjes uit de citroen er nog even bij. Schud de pot krachtig door elkaar, totdat de dressing goed gemengd is.

Verdeel de rucola over de bordjes. Druppel er alvast wat dressing overheen.

Snij het steeltje van de vijgen af, als dat een beetje droog is. Snij de vijgen van de bovenkant kruislings in en duw ze een beetje open. Leg ze op de salade.

Trek de mozzarella in stukjes en verdeel over de salade. Kook je voor mensen die vlees eten, maak dan kleine roosjes van de dunne plakjes Parmaham en verdeel die ook over de salade. Druppel de rest van de dressing erover.

Volgens Jamie Oliver is dit de meest sexy salade ter wereld. Ik ben het met hem eens. Zijn dressing is zonder balsamico, maar ik had het recept niet goed gelezen en het toegevoegd. Geen drama, heel lekker.

Met schil of zonder schil? Ik was de vijgen goed op en eet ze daarna met huid en haar. Met schil dus, wat mij betreft. Maar niet iedereen vindt dat lekker. Als vijgen goed rijp zijn, kun je het rode, fruitige vruchtvlees er met een lepel zou uitscheppen. Leg de vijgen wel heel op de salade: die prachtige paarse buitenkant ziet er zo mooi uit met die knalgroene salade en de witte kaas, feest voor het oog!

Broccolimuffins

  • 2 eieren
  • 1/2 pakje feta (of andere verse, stevige geitenkaas)
  • 4 eetlepels volle melk
  • 4 eetlepels boter
  • snuf zout
  • 16 eetlepels bloem
  • 1 kleine stronk broccoli
  • 1 theelepels (afgestreken) bakpoeder

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Zeef de bakpoeder en het zout door de bloem.

Snij de roosjes van de broccoli, snij ze klein. Verkruimel de feta.

Klop de eieren, de melk en de boter door elkaar met een elektrische mixer. Doe daar schep voor schep het bloemmengsel doorheen.

Roer er daarna met een lepel de brokjes feta en de kleine stukjes broccoli doorheen. Meng alles goed door elkaar.

Verdeel over de bakvormpjes en bak ze in ongeveer 20 minuten gaar.

Voor het Verhalenpaviljoen maakten we mini-muffins, die hoefden maar 15 minuten in de oven. Hou ze in de gaten, want ze gaan ineens heel snel! Als je er een prikkertje in steekt en die komt er droog uit, dan zijn de muffins klaar.

Samen met Yvonne (book-a-cook) gemaakt voor het Verhalenpaviljoen  met lokale producten: roomboter en verse eieren van Admiraal in Bergen. Meteen even broccoli meegenomen van de groenteboer, veel leuker (en verser) dan de supermarkt!

Voor dit recept gebruik je alleen de roosjes van de broccoli. Zonde om de steel weg te gooien, want die is ook erg lekker. Snij ‘m in grove stukken en maak er met een uitje, knoflook en bouillon, en eventueel nog wat keukenrestjes, soep van.  De tip van Yvonne: als je ‘m schilt, kun je de steel ook rauw eten. Heel lekker in een salade.

Garnalenbitterbal

  • 1/2 kop bloem en extra bloem om te paneren
  • 1 1/2 kop melk
  • 1oo gram Noorse garnalen
  • klontje roomboter
  • zout en peper
  • 1 theelepel pittig kerriepoeder
  • peterselie, kleingesneden
  • chilipoeder
  • 3 eieren
  • paneermeel
  • olie om in te frituren, bijvoorbeeld zonnebloemolie

Meng in een steelpannetje bloem, kerriepoeder en melk door elkaar met een garde, totdat er geen klontjes meer in zitten.

Splits twee eieren, hou de eidooiers apart in een kommetje en meng de eiwitten met het derde ei. Zet apart.

Zet de steelpan op het vuur, blijf goed roeren en verhit het bloem-melk mengsel totdat het dik wordt. Haal van het vuur en roer er de twee eidooiers doorheen.

Zet de steelpan weer op het vuur, roer de ragout goed door totdat hij begint te glanzen. Haal nu de pan van het vuur, roer er het klontje roomboter, de garnalen en de peterselie door. Breng de ragout stevig op smaak met zout, peper en een snufje chili.

Giet de warme ragout in een grote platte bak. Dek af met plasticfolie en zet in de koelkast. Laat de ragout een uur of langer afkoelen, totdat hij zo dik is als kleuterklei.

Doe wat bloem in een diep bord. Klop de eiwitten los met het derde ei in een tweede diep bord. Doe paneermeel in het derde diepe bord.

Haal de ragout uit de koelkast, snij in blokjes. Vorm van ieder blokje voorzichtig een balletje. In model brengen gaat beter als je het eerst door de bloem wentelt. Rol daarna door het ei-mengsel en als laatste door het paneermeel. Doe nog een rondje: dus nog een keer bloem, ei en paneer. Iedere bitterbal moet twee keer door alledrie de bordjes worden gehaald.

Verhit de olie in een pannetje of in de frituurpan. Bak de bitterballen in ongeveer tien minuten goudbruin.

Recept uit Mastering the Art of French Cooking van Julia Child.

Rozenjam

  • hand rozenblaadjes
  • 150 gram geleisuiker
  • 1 dl water
  • 2 eetlepels citroensap

Karnemelkbroodjes

  • 350 gram bloem
  • 15 gram suiker
  • 1 theelepel baking soda
  • 1 theelepel zout
  • 360 ml karnemelk

Extra

  • roomboter

Bedek de bodem van een steelpannetje met de rozenblaadjes. Giet het water erbij.

Zet op het gas, doe de geleisuiker erbij en roer totdat de suiker is opgelost.

Citroensap erbij en laat maar borrelen, totdat de jam dikker wordt. Even testen of het al zover is? Doe dan een druppel jam op een schoteltje, blaas erop zodat het afkoelt en hou het schoteltje schuin. Loopt de druppel naar beneden, dan is de jam nog niet dik genoeg.

Draai het gas uit, doe de jam in een brandschoon potje en zet het weg om af te koelen.

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Meng bloem, suiker, baking soda en zout door elkaar. Maak een kuil in het midden en giet daar de karnemelk in.

Roer met een houten lepel door elkaar. Het wordt een klonterig, plakkerig deeg.

Schep met twee eetlepels hoopjes deeg op een bakplaat. Schuif in de oven en bak 20 minuten. Bestrijk de broodjes na tien minuten bakken met wat overgebleven karnemelk en bestuif eventueel met wat bloem, dan zien ze er heel authentiek uit.

Snij de warme broodjes open en beleg ze met wat roomboter en een schep rozenjam.

Het recept voor de rozenjam komt van de weblog van Eediete. De karnemelkbroodjes zijn de Nederlandse vertaling van Irish Scones van mijn tante.

  • 150 gram couscous
  • 10 gedroogde abrikozen
  • 1 ui
  • 1 eetlepel gedroogde munt
  • 1 granaatappel
  • snuf kaneel
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 kop drinkbouillon
  • 1 citroen

Snij de granaatappel doormiddel en peuter de zaadjes eruit. Doe een oud t-shirt aan, het spettert en die vlekken zijn moeilijk te verwijderen. (Luie mensen of mensen met haast: Albert Heijn verkoopt de granaatappelpitjes ook in bakjes, dat scheelt wat geklieder).

Snipper de ui. Fruit in een pan met een dikke bodem in een beetje olijfolie. Als de ui glazig is, doe de couscous erbij en draai het vuur uit.

Giet de drinkbouillon erbij. Doe een deksel op de pan en laat staan.

Rasp ondertussen wat schil van de citroen, ongeveer een theelepel. Pers de citroen uit.

Snij de abrikozen in kleine stukjes (knippen met een keukenschaar kan ook).

Proef of de couscous zacht en smeuiig is. Doe dan de olijfolie, munt, de snuf kaneel, abrikoos, citroenrasp en citroensap erbij. Breng op smaak met wat zout en peper.

Schep in diepe borden of een schaal. Doe de granaatappelpitjes op de bovenkant. Als er wat sap uit de granaatappel is gekomen, kun je die erover gieten.

 

  • 3 blaadjes bladerdeeg
  • 1 theelepel gedroogde tijm
  • blikje tonijn in water
  • 10 zwarte olijven
  • bakje kerstomaatjes
  • 1 theelepel kappertjes
  • 100 gram Parmezaanse kaas
  • zeezout, peper uit de molen
  • olijfolie

Laat het bladerdeeg ontdooien. Leg de plakjes op elkaar en rol ze uit tot één grote plak. Vet een bakvorm of ovenschaaltje in met olijfolie en leg de plak bladerdeeg erin. Het mag over de rand hangen, geen probleem.

Snij de kerstomaatjes door en haal de zaadjes eruit. Dat kan met een theelepel of met een meloenbolletjeslepel. Leg ze met de snijkant op keukenpapier, om uit te lekken.

Laat de tonijn ook goed uitlekken in een vergiet, knijp desnoods nog een beetje uit.

Verhit de oven voor op 200 graden.

Bestuif de bladerdeegbodem met wat bloem. Rasp daar de Parmezaanse kaas boven. Verdeel de tonijn erover, net als de kappertjes en de olijven. Strooi de helft van de tijm erover.

Zet in de oven en laat ongeveer 15 minuten bakken. Het bladerdeeg begint dan te verkleuren. Haal uit de oven en leg de tomaatjes op de tonijn, met de snijkant naar boven. Bestrooi met de rest van de tijm, maal er wat peper boven en doe er wat grof zeezout overheen. Terug in de oven, nog tien minuten.

Sprenkel er wat olijfolie overheen en eet bij een frisse salade.

Aangepast recept uit Weekendkoken van Loethe Olthuis.

Tortilla met makreel

  • 4 eieren
  • 4 aardappelen
  • 150 gram gerookte makreel (filet)
  • 150 gram Goudse kaas
  • zout, peper
  • gedroogde chilivlokjes
  • olijfolie

Schil de aardappelen, snij ze in blokjes en kook ze in vijftien minuten bijna gaar. Giet ze af.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Vet een kleine ronde ovenschaal in met wat olijfolie. Doe de blokjes aardappel in de schaal.

Pluk de makreel uit elkaar in kleine stukjes, verdeel tussen de aardappelblokjes.

Snij de kaas in kleine blokjes, verdeel over de aardappelblokjes.

Klop vier eieren los met een beetje melk. Voeg flink peper en wat zout toe, doe er een theelepel chilivlokjes bij.

Giet het eimengsel over de aardappelen. Bak de tortilla 25 minuten in de oven, tot de bovenkant goudbruin is en het ei helemaal gestold. Eet warm of koud, in blokjes gesneden als tapas.

Richard’s scones

  • 275 gram bloem
  • 80 gram suiker (en een beetje extra om te strooien)
  • 2 theelepels baking soda
  • 1/2 theelepel zout
  • 125 gram roomboter
  • 125 ml slagroom
  • 1 theelepel geraspte citroenschil
  • 1 ei
  • 1 eiwit
  • 100 gram zwarte bessen
  • 10 gedroogde abrikozen, in kleine stukjes
  • 50 gram walnoten, grof gehakt

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Meng suiker, bloem, baking soda en zout door elkaar. Doe de koude roomboter erbij en snij de boter met messen door de bloem of doe dat met je vingers: knijp in de boter en meng de bloem er met je vingertoppen door, totdat het mengsel lijkt op paneermeel of broodkruimels.

Doe daar de abrikozen, bessen en walnoten bij. Rasp wat citroenschil boven de beslagkom.

Voeg slagroom en ei toe. Roer stevig door met een pollepel. Niet mixen, het deeg moet een beetje rommelig zijn.

Maak nu kleine bolletjes van het deeg, zo groot als een mandarijntje. Leg ze op een bakplaat en druk ze een klein beetje plat.

Bestrijk de scones met het eiwit en strooi er wat suiker overheen.

Bak de scones in 15 tot 20 minuten in een hete oven. De ovenschaal hoeft niet te worden ingevet.

Dit zijn de scones waar mijn tante van ging watertanden. Gelukkig wil Richard zijn recept delen!

Pasta met pesto

Pasta:

  • 300 gram bloem
  • 3 eieren
  • snuf zout

Pesto:

  • 1 plantje basilicum (ongeveer 50 gram blaadjes, ik heb het hele plantje kaalgeplukt)
  • 2 tenen knoflook
  • 100 gram pecorino (en wat extra om boven de pasta te raspen)
  • zeezout
  • peper
  • 50 gram pijnboompitten
  • olijfolie

Pesto maken is belachelijk simpel: doe basilicumblaadjes, pecorino, pijnboompitten en knoflooktenen in de blender, laat even draaien en giet de olijfolie in een straaltje erbij totdat de pesto smeuig genoeg is. Proef en breng op smaak met peper en zout. Klaar!

Dan de pasta: kneed een deeg van bloem, wat zout en eieren. Voeg wat olijfolie toe als het deeg te droog blijft, doe er wat bloem bij als het deeg te plakkerig blijft.

Kneed het deeg stevig door, zeker een kwartier (of laat de keukenmachine dat voor je doen). Het moet soepel en sterk zijn, je mag geen korreltjes bloem meer voelen als je erin knijpt. Leg het een half uur in de koelkast.

Zet een pan heet water op, wacht tot het bruisend kookt. Voeg er stevig zout aan toe.

Rol het deeg dun uit en snij er spaghetti van.  Doe de spaghetti in het kokende water, wacht tot het weer kookt en laat een paar minuten koken. Verse pasta is heel snel gaar! Je kunt het zien: de pasta zwelt wat op, wordt lichter van kleur en gaat drijven. Dan is ‘ie gaar.

Pasta afgieten, pesto erdoor roeren, opscheppen. Over de pasta wat schilfers pecorino strooien.

Oudere Berichten »